Is de Polyvagaaltheorie kritiek terecht?

De polyvagaaltheorie is inmiddels behoorlijk populair geworden in de wereld van trauma, coaching en lichaamsgerichte therapie. Niet zonder rede. Polyvagaaltheorie veranderde radicaal onze kijk op de werking van het autonome zenuwstelsel, de invloed hiervan op onze emotionele wereld en gedrag.
Dit is een enorme wetenschappelijke vooruitgang.
Bovendien geeft hij een gezamelijk kader en taal voor het begrijpen van ons eigen functioneren. Veel modaliteiten steunen ondertussen op inzichten uit de polyvagaaltheorie. Kritiek is er echter ook. Niet iedereen is overtuigd.
Onlangs nog zette een kritische paper over de Polyvagaaltheorie het internet even in lichterlaaie. In deze blogpost bekijk ik even met jou waar de polyvagaaltheorie kritiek van Paul Grossman precies over gaat én of hij terecht is.
WIE IS PAUL GROSSMAN?
Paul Grossman is een psychofysiologisch onderzoeker gespecialiseerd in hartslagvariabiliteit en autonome regulatie. Hij is verbonden aan de Universiteit van Basel en is een methodologisch sterke onderzoeker die kritisch kijkt naar de biologische onderbouwing van de polyvagaaltheorie. Zijn eerste kritische geluiden op Polyvagaaltheorie kwamen begin 2000. Sindsdien heeft hij verschillende commentaren, reviews en papers geschreven over de polyvagaaltheorie.
Begin 2026 publiceerde hij, samen met 40 andere wetenschappers, een paper met de titel: “Why the Polyvagal Theory is Untenable”. (1) Vertaald: “Waarom de Polyvagaaltheorie onhoudbaar is.” Dat klinkt alsof de polyvagaaltheorie in één klap naar de prullenbak kan, maar zo zwart-wit ligt het niet.
De kritiek van Grossman is overigens geen nieuw fenomeen en maakt deel uit van een al langer lopend wetenschappelijk debat over hoe precies de biologische claims van de polyvagaaltheorie onderbouwd zijn.
KRITIEK MAAKT THEORIEËN STERKER

Polyvagaaltheorie werd gepubliceerd voor het grote publiek in 1995 en was het resultaat van decennialang onderzoek door Stephen Porges. Zoals elk wetenschappelijk model vereenvoudigt het de biologische complexiteit om patronen zichtbaar te maken.
Elke wetenschapper, waaronder ook Porges, vertrekt in een onderzoek vanuit een bepaald gegeven of onderzoeksvraag en een gekozen methodiek. De lens die je kiest om door te kijken, bepaalt mee wat je uiteindelijk zal vinden. Wie een andere lens gebruikt, vindt wellicht andere dingen. Dit is super belangrijk om mee te nemen. Bij Porges was de lens RSA (Respiratory Sinus Arrhythmia).
Na meer dan 30 jaar kunnen we stellen dat de theorie geniaal is én beperkingen heeft. Theorieën ontwikkelen, groeien en verfijnen. Wetenschappelijke theorieën ontwikkelen zich net dankzij kritische vragen en toetsing. Die spanning tussen idee en kritiek is wat vooruitgang mogelijk maakt.
Daarnaast is wetenschappelijke theorie bovendien geen vaststaand feit, maar een werkmodel dat voortdurend verfijnd wordt. Nieuwe inzichten vervangen of verbeteren eerdere verklaringen wanneer ze de werkelijkheid beter kunnen beschrijven. Porges heeft zijn theorie in het verleden meermaals verfijnd in formulering en positionering.
Praktische en conceptuele verfijning komt ook van anderen. De klinische vertaling (o.a. door Deb Dana) maakt hem dynamischer en toepasbaarder. Helaas wordt de Polyvagaaltheorie maar al te vaak (ondanks het fantastische klinische werk) gereduceerd, aangeleerd en gehanteerd in een vereenvoudigde en simplistische versie van de polyvagale ladder. Dit doet niemand recht en kan zelfs schadelijk zijn.
Integratieve stemmen zoals Gabriel Kram bouwden verder op het model van Porges. Kritische onderzoekers zoals Grossman verfijnen door grenzen te stellen aan wat we zeker weten. Om dit laatste draait de meest recente polyvagaaltheorie kritiek.
DE STEM VAN PORGES IN HET DEBAT
Porges schreef meerdere papers om de kritiek van Grossman te weerleggen. Zeer succesvol in het verleden. De recente paper van Grossman verfijnt echter de eerdere kritiek. Gabriel Kram (die nauw samenwerkte met Porges in het verleden) wijst ons erop dat de kritiek van Grossman wel degelijk waardevolle punten bevat en dat de officiële reactie vanuit de polyvagaalhoek momenteel onvoldoende is, zowel inhoudelijk als in de manier waarop ze omgaan met het bredere debat buiten de eigen kring. Wat zich in het publieke domein rond de theorie afspeelt, beïnvloedt immers onvermijdelijk hoe die theorie wordt gezien en beoordeeld, stelt hij. (3)
Dus ja, is die polyvagaaltheorie kritiek nu eigenlijk terecht? En waar gaat het precies over?
DE DRIE GROTE KRITIEKPUNTEN VAN GROSSMAN
De kritiek draait vooral om sommige biologische claims die te uitgesproken zouden zijn, niet om het hele idee van autonome regulatie.
1. RSA is niet dé maat voor de ventrale vagus
Binnen de polyvagaaltheorie wordt RSA (respiratory sinus arrhythmia) vaak als een soort directe meetlat gebruikt voor de ventrale vagus: hoe je hartslag meebeweegt met je ademhaling. Porges koppelt dat dus aan ventrale vagale activiteit. Grossman zegt eigenlijk: RSA is een complex verschijnsel. Het wordt namelijk beïnvloed door verschillende systemen, en dus kun je niet zomaar zeggen “Hoge RSA is gelijk aan een actieve ventrale vagus”. Kortom: RSA meten heeft zin, maar is niet zo zwart-wit als soms wordt gesuggereerd.

2. De theorie schrijft een te strakke hiërarchie voor
Je kent vast de ‘ polyvagale ladder’ die de hiërarchie van je autonome zenuwstelsel in kaart brengt. Grossman vindt dat er geen keihard bewijs is dat het autonome systeem altijd zo sequentieel werkt. Vaak gebeurt er van alles tegelijk, er is overlap, systemen opereren samen. Die hiërarchie is dus best handig om dingen te begrijpen, maar het is niet dé biologische realiteit.
Dat is een belangrijke nuance stelt hij.
3. De rolverdeling ventrale versus / dorsale vagus is te simpel
In de populaire uitleg klinkt het vaak: ventraal is gelijk aan sociaal & veilig, dorsaal is gelijk aan shutdown. Maar Grossman stelt dat die functies niet netjes gescheiden zijn. Vooral de dorsale vagus blijkt complexer en niet alleen te zorgen voor “instorting” en “trauma”. Dit vraagt om meer nuance.
DE REACTIE VAN PORGES OP DE POLYVAGAALTHEORIE KRITIEK VAN GROSSMAN
Porges reageerde met een wetenschappelijke brief (2) en zegt: de theorie wordt te simplistisch gelezen. Het is geen puur mechanistisch model, maar een framework om regulatie te begrijpen. Het gaat om hoe verschillende systemen samenwerken om gedrag en ervaring te organiseren; niet om één-op-één zenuwvezelfuncties.
Hij vindt dat de begrippen vagale remming, autonome toestand, sociale betrokkenheid geen directe meetwaarden zijn, maar organiserende principes. Volgens hem blijft de kern overeind: autonome toestanden beïnvloeden gedrag en beleving, veiligheid is essentieel voor sociale interactie en regulatie vindt plaats via evolutionair gevormde systemen. Die fundamenten staan volgens hem nog steeds.
Volgens Porges gaat veel van de kritiek van Grossman over de populaire simplistische voorstelling van de theorie (zoals die vaak online aanwezig is).
Noot van mij: Porges stelt PVT niet (alleen maar) voor met de metafoor van de ladder. Dit is een eenvoudige metafoor van de hand van Deb Dana. Het Polyvagaalinstituut werkt met een vendiagram waarin de mengstaten tot hun recht komen en de dubbele functie van de dorsale vagus al min of meer tot uiting komt.
In de trainingen met Deb Dana heb ik ook altijd geleerd dat de dorsale vagus nog andere taken en bezigheden heeft en dit heb ik ook altijd zo doorgegeven.

WAAROM LIJKEN ZE ELKAAR NIET TE VINDEN?
Grossman en Porges spreken deels over verschillende niveaus.
Grossman werkt op:
- Meetniveau
- Fysiologisch causale precisie
- Empirische toetsbaarheid
Porges werkt op:
- Functioneel organisatieniveau
- Evolutionair kader
- Klinische toepasbaarheid
Een groot deel van het conflict gaat dus over “Op welk niveau moet deze theorie geëvalueerd worden?”
WAT BETEKENT DAT VOOR HET PRAKTISCH GEBRUIK VAN POLYVAGAALTHEORIE?

De polyvagaaltheorie werd ontwikkeld als een neurofysiologisch model, maar wordt in de praktijk vooral gebruikt als een kader om regulatie en gedrag te begrijpen. De huidige polyvagaaltheorie kritiek helpt om duidelijker te onderscheiden wat biologisch onderbouwd is en wat modelmatig geïnterpreteerd wordt.
Met het ‘viraal’ gaan van de theorie, zijn er eigenlijk drie “lagen” ontstaan:
1. Porges’ intentie (oorspronkelijk)
- Neurobiologisch geïnspireerd model
- Met toetsbare hypotheses
- Met koppelingen naar anatomie en fysiologie
2. Klinische vertaling (bv. Deb Dana)
- Praktisch toepasbaar
- Ervaringsgericht
- Minder strikt biologisch geïnterpreteerd
3. Populaire interpretatie
- “Dit deel van de vagus doet X”
- “RSA meet ventrale vagus”
- “Deze staat veroorzaakt dat gedrag”
Dat zijn de versies die Paul Grossman grotendeels bekritiseert
Wat dit voor jou en mij betekent?
De polyvagaaltheorie blijft gewoon bruikbaar voor coaches, therapeuten en hulpverleners. Je moet hem alleen niet simplistisch of technisch benaderen. De polyvagale ladder is een handige metafoor MAAR een gereduceerde versimpeling van de theorie. Deze ladder kan in bepaalde settings heel nuttig zijn maar reflecteert niet het hele verhaal of de hele theorie. Blijf je hier heel bewust van en communiceer dit ook.
Denk meer in netwerken dan in losse systemen. Zie toestanden als dominante patronen, niet als ‘switches’. Je zenuwstelsel werkt meer als een mengpaneel en alle drie de ‘hoofdstaten’ zijn altijd actief. Bovendien werken ze ingenieus samen om zo de wonderlijke ervaring van mens zijn te bewerkstelligen met alle nuances van functioneren en ervaren van zelf, de ander en de wereld. De ladder stelt vooral de verdedigende functies van deze netwerken voor. HRV en RSA zijn handige indicaties, maar geen absolute waarheid.
CONCLUSIE: IS DE KRITIEK TERECHT?
Ja en nee.
Ja. Vooral als het gaat om meetmethodes, biologische precisie, en simplistische uitleg. Als Porges hier biologische claims maakt die niet kloppen, is het tijd om de theorie bij te stellen.
Nee. De theorie als bredere kapstok en organiserend principe blijft overeind.
De polyvagaaltheorie is en blijft een krachtig model om regulatie te begrijpen, een waardevolle inspiratiebron in therapie en coaching, maar geen exact neurobiologisch bewijsmodel.
HOE BENADER IK DE POLYVAGAALTHEORIE BIJ BURN-OUT ACADEMY?
Een aantal claims uit de polyvagaaltheorie kritiek zijn gegrond. Heel wat kritiek, buiten de biologische precisie, raakt echter niet aan hoe ik mijn polyvgaaltrainingen al jaren geef. Ik heb nooit enkel die oververeenvoudigde versie onderwezen.
Bij Burn-Out Academy bekijken we het zenuwstelsel als één van de vele lagen van jouw menselijk functioneren. Zowel in mijn polyvagaaltheorie opleidingen als in RECONNECT, bekijken we het autonome zenuwstelsel in samenhang met andere systemen waaronder de celbiologie, quantumbiologie, DNA en epigentica, enz…
Nuanceren
Daarnaast vermeld ik ook altijd dat Polyvagaaltheorie een simplistisch en gereduceerd beeld is van de werking van je autonome zenuwstelsel. Verder leer ik al mijn studenten al jaren dat onze autonome staten een symfonie zijn van de drie ‘hoofdtakken’ of neurale netwerken die elk in een bepaalde hoedanigheid geactiveerd zijn al naargelang wat de situatie vraagt. Samenwerkingen en nuances maken veel mengstaten mogelijk én wanneer we spreken over vluchten, vechten en shutdown, hebben we het alleen maar over de verdedigende taak van dit netwerk. Maar je zenuwstelsel is en kan zo veel meer!
De ladder als richting, niet als meetinstrument
Bovendien benadruk ik dat het absoluut geen zin heeft om constant exact te weten waar je precies op de ladder zit om te herstellen of beter te worden. De ladder is een handige metafoor om kennis te maken met je stressresponsen, deze te herkennen en ondersteunen. Nooit als exacte wetenschap.
Wil je het model praktisch gaan toepassen of verder verdiepen? Dan is het belangrijk om vooral niet te star en letterlijk te denken. Gebruik het model zoals het bedoeld is: om ons menselijke regulatie beter te begrijpen en niet om menselijke regulatie compleet te reduceren.
MEER LEREN OVER DE POLYVAGAALTHEORIE (EN ER VOORBIJ) VIA BURN-OUT ACADEMY?

Dan ben je meer dan welkom op één van mijn polyvagale opleidingsdagen (Zie kalender voor actuele data) of in RECONNECT waarin je Polyvagaaltheorie verkent op een zo’n rijk mogelijke manier en niet als losstaand simplistisch onderdeel van jouw bestaan.
Mijn expertise?
Ik las het originele Engelstalige werk van Porges, volgde een meerdaagse training bij Deb Dana en later bij Christine Deveraux. Ik volgde verschillende seminars, summits en webinars met Porges en Deb Dana. Daarnaast zat ik in verschillende internationale polyvagaal studiegroepen met therapeuten, onderzoekers en wetenschappers (o.a. maandelijkse meetups via Zoom) en volgde opleidingen bij Gabriel Kram (o.a. Beyond Polyvagal Theory). Ik schreef mijn monografie “Polyvagaaltheorie en Biodanza” in 2016 en het gratis ebook “Waarom blijf ik zo moe?” Ik onderwijs Porges orignele theorie met al zijn latere verfijningen én daarnaast geef ik je verbreding en verdieping vanuit andere opleidingen, domeinen en visies.
GEBRUIK JE MIJN BLOGPOST ALS INPSIRATIE EN BRON?
Vergeet dan niet je bronvermelding correct te doen zoals het hoort! Thanks.
Bronnen voor deze blogpost:
– (1) Grossmans paper : Why the Polyvagal Theory is Untenable
– (2) Porges antwoord op de paper van Grossman : When a Critique Becomes Untenable
– (3) Gabriel Kram : A PUBLIC STATEMENT FROM HEARTH SCIENCE, INC. REGARDING THE POLYVAGAL THEORY/ GROSSMAN ET AL. CONTROVERSY
Afbeeldingen
– Nervus Vagus : Created by Natureza Gabriel and Hearth Science, Inc.
– Vrouw op sofa : SHVETS production (Pexels)
– Foto header : Yan Krukau (Pexels)



